De Kroeskoppelikaan

Kroeskoppelikanen eten grotendeels kleine (<15 cm.) zoetwatervissen, ze eten zo’n 1,5 kg vis per dag. Een enkele keer eten ze ook zoetwaterkreeften en grote zoetwatermossels.

Eieren van vogels of  hun jongen staan niet op het menu van in het wild levende kroeskoppelikanen.

In tegenstelling tot bv. aalscholvers en futen duiken kroeskoppelikanen niet naar voedsel. Ze kunnen dus alleen de bovenste laag van wateren bevissen (ca. 1,3 m diep). Vaak vissen ze daarom samen met aalscholvers die vissen vanuit de diepere lagen omhoog jagen.

In de broedperiode vissen ze het liefst in de directe omgeving van het nest maar indien die hier onvoldoende aanwezig is vliegen ze afstanden tot wel 200 km. 

Gemiddeld beginnen kroeskoppelikanen vanaf hun derde jaar te broeden. Dit doen ze op verstoringsvrije locaties (kale/laag begroeide eilanden en uitgestrekte rietmoerassen) waar geen vossen, zwijnen e.d. kunnen komen.

Een paarband duurt in de regel slechts één broedseizoen. Er worden gemiddeld twee eieren per nest gelegd. In Griekenland komt het regelmatig voor dat meeuwen (geelpootmeeuw) en sterns (reuzenstern  & visdief) op dezelfde eilanden broeden als de pelikanen.

Predatie van eieren en jongen van pelikanen door meeuwen is verwaarloosbaar en vindt vrijwel alleen plaats wanneer  de pelikanen verstoord worden en de nesten verlaten.

Nestlocaties zijn gevoelig voor verstoring door mensen, gevoeliger dan foerageerlocaties.  Veldwaarnemingen indiceren dat nestlocaties op minimaal 300 m. afstand moeten liggen van frequent door mensen bezochte routes of locaties.

Een deel van de wereldwijde populatie gedraagt zich als een trekvogel, en in de leefgebieden met mildere winters is het veel meer een standvogel.

Bij strenge vorst proberen kroeskoppelikanen hun locatie zo snel mogelijk te verlaten. Onder invloed van klimaatopwarming is het trekgedrag van kroeskoppelikanen dus snel aan het veranderen en het lijkt daarmee geen vaste eigenschap.

Hoe een eventueel geherintroduceerde populatie in Nederland zich zal gaan gedragen is niet met zekerheid te voorspellen. Van de drie opties: als jaarrond aanwezige standvogel, als trekvogel die in de winter uitwijkt naar meer zuidelijk gelegen wetlands, of iets daar tussenin (standvogel met regionale bewegingen in geval van streng winterweer) is de laatste het meest waarschijnlijk (G. Catsadorakis, pers. meded.).

Veel van deze info op deze pagina is een samengevat uit het rapport , waar veel uitgebreidere informatie en de wetenschappelijke bronnen terug te vinden zijn. 

Foto: Thomas Landgren

Historische vindplaatsen van oude botten van kroeskoppelikaan in Noordwest Europa (Calle & Trees 2021). 

Kaart van de huidige verspreiding van kroeskoppelikaan: geel= broedgebied, blauw= overwinteringsgebied, groen= jaarrond aanwezig, het voormalige leefgebied was echter veel groter en omvatte ook Noordwest Europa. 

Kroeskoppleikaan, Sfantu Georghe, Roemenië, 20 mei 2012. Foto: Wildlife Travel