Foto: Dulup
Nederland pelikanenland
Dankzij botvondsten weten we dat kroeskoppelikanen hier vele duizenden jaren hebben gefloreerd en pas relatief recent (15e eeuw) zijn verdwenen.
Rond die tijd verdwenen in Nederland ook soorten als zeearend, visarend en kraanvogel. De reden van uitsterven was zeer waarschijnlijk de mens.
Het Nederlandse landschap vormt met haar ontelbare visrijke watergangen, meren en moerassen echter nog steeds een zeer aantrekkelijk leefgebied voor de kroeskoppelikaan. Bovendien zijn veel potentiële leefgebieden vandaag de dag goed beschermd en vindt er gelukkig nog maar nauwelijks stroperij op vogels plaats.
Ook lijkt er geen gebrek aan potentiële broedlocaties te zijn. Zo zijn de eilanden in de brakke en zoete delen van het Deltagebied, uitgestrekte natte rietmoerassen in het laagveengebied en gebieden als de Oostvaardersplassen en Markerwadden bij uitstek geschikt als broedgebied.
Het is van belang dat de broedgebieden vos-vrij zijn en dat er voldoende rust te vinden is. De vraag is dus niet langer of Nederland geschikt is, maar meer hoeveel kroeskoppelikanen hier zouden kunnen leven. Wetenschappers hebben hier in de studie antwoord op gegeven.
Ze hebben naar verschillende criteria gekeken zoals de grootte van de gebieden, hoeveelheid aanwezig (kleine) zoetwatervis, aalscholbestand en rietoever-lengte.
De eindconclusie is dat 250 paar realistisch is, en dat dit zeker wanneer ze in meerde kolonies zouden broeden, voldoende is voor een vitale en zelfredzame populatie! Uiteraard houdt het leefgebied niet op bij de landgrenzen en lijken er in heel het voormalige leefgebied weer grote kansen voor de soort te zijn.
In de studie is ook gekeken naar negatieve aspecten in het Nederlandse landschap zoals windmolens en hoogspanningsdraden. Indien deze binnen of tussen foerageer- en broedgebieden liggen vormen deze een risico. De vraag is echter hoe groot dit risico is, en of dit een grote of juist verwaarloosbare invloed op de populatie zal hebben.
Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Gelukkig is het zo dat de meeste stroomdraden in Nederland onder de grond liggen. T.o.v. pelikanengebieden in de Balkan hebben we dus relatief weinig hoogspanningsdraden. Bovendien zijn deze niet alleen problematisch voor pelikanen maar vormen ze een gevaar voor veel andere vogelsoorten.
Het goede nieuws is dat netbeheerders momenteel hun verantwoordelijkheid nemen en in rap tempo de hoogspanningsleidingen beter zichtbaar maken voor vogels!
En hoe zit het dan met mogelijke effecten van de windmolens? Ook dat is nog niet helemaal duidelijk, de dichtheden aan windmolens zijn hier wel hoger dan in de Balkan.
Volgens specialisten geldt ook hier dat de locatie van de molens cruciaal is. Windmolens in of tussen foerageergebieden kunnen, zeker bij mistig weer, voor slachtoffers zorgen. Pelikanen lijken er i.i.g. niet gevoeliger voor te zijn dan soorten als zeearenden, ooievaars of kraanvogels en deze soorten breiden zich ondanks een steeds groter aantal windmolens nog steeds uit.
Een mooie nieuwe ontwikkeling zijn de vogeldetectiesystemen op windmolenparken die in Nederland steeds vaker worden toegepast (m.n. DT-Bird) en veel slachtoffers kan voorkomen. Deze systemen zorgen dat de molens op tijd stil staan.
De toekomst ziet er zonnig uit voor de kroeskoppelikaan!